Pesten

Het spelletje Pesten kan met vele regels worden gespeeld. Zo heeft iedereen wel eigen regeltjes. Hieronder worden algemene regels van het kaartspel uitgelegd.

Algemene regels

Alle spelers krijgen een gelijk aantal kaarten. Het aantal kaarten hangt af van het aantal spelers. Meestal zijn dit 7 kaarten. De kaarten die overblijven, vormen de trekstapel. De spelers leggen om de beurt een kaart af op een centrale aflegstapel. In tegenstelling tot Jassen, wordt dit spel met de klok mee gespeeld.

De af te leggen kaart moet qua waarde of kleur gelijk zijn aan de bovenste kaart van de aflegstapel. Als de bovenste kaart dus een klaver boer is, kan een speler daar bijvoorbeeld een ruiten boer of een klaver 4 opleggen. Een ruiten 7 past niet op een klaver boer.


Een ruiten 7 past niet op een klaver boer, een ruiten boer of een klaver 4 wel.

Wanneer een speler niet kan spelen, moet hij een kaart van de trekstapel nemen. Als de getrokken kaart wel gespeeld kan worden, kan hij deze kaart afleggen tijdens dezelfde beurt.
De speler die het eerst al zijn kaarten kwijt is wint.

Speciale kaarten

Een aantal kaarten hebben een bijzondere functie. Welke regels hiervan worden toegepast, verschilt per regio en per spel. Spreek dus van te voren af welke speciale kaarten meedoen in het spel.

Lees op de volgende pagina meer over de speciale kaarten

Meer spelregels lezen? Like ons op Facebook